Infectieziekten en vaccinatie

Algemeen
 

De gezondheid van uw huisdier wordt bedreigd door verschillende infectieziekten. Gelukkig kan men tegen bepaalde ziekten vaccineren onder het motto: beter voorkomen dan genezen!

 

Hoe werkt een vaccin?
 

Een vaccin werkt in op de natuurlijke afweer van uw huisdier. Door vaccinatie tegen een bepaalde ziekte zal het lichaam aangezet worden tot het opbouwen van een bescherming (immuniteit) tegen die ziekte. Sommige vaccins beschermen tegen meerdere ziekten via één toediening.

 

Waarom herhalen?
 

Het effect van de vaccinatie verzwakt na verloop van tijd en het lichaam van uw huisdier heeft een nieuwe stimulans nodig om zijn immuniteit op peil te houden. Hoe vaak en wanneer deze herhalingen nodig zijn, is afhankelijk van de ziekte waartegen men vaccineert en van het gebruikt vaccin.

 

 

dog-1374221400myr (1).jpg

 

Infectieziekten bij de hond

 

Parvo

 

De oorzaak van deze ziekte is het kleine parvovirus. Infectie gebeurt door inname van virusdeeltjes die o.a. met de ontlasting van besmette dieren worden uitgescheiden. Het virus is resistent tegen vele ontsmettingsmiddelen en overleeft lang in de omgeving. Vooral jonge dieren zijn gevoelig. De symptomen bestaan uit koorts en braken gevolgd door diarree. Bij jonge dieren kan in sommige gevallen de hartspier aangetast worden.

 

Hondenziekte (Ziekte van Carré)

 

Hondenziekte wordt veroorzaakt door een virus dat vooral jonge dieren aantast. De symptomen beginnen met oog- en neusuitvloeiing gecombineerd met koorts. De longen en de darmen kunnen ook betrokken zijn in het ziekteproces. In sommige gevallen worden zenuwverschijnselen waargenomen.

 

Infectieuze leverziekte (HCC)

 

Vooral jonge honden zijn het slachtoffer van het virus dat deze ziekte veroorzaakt. De hond wordt geïnfecteerd door inademing of orale opnamen van virusdeeltjes. De ziekte kent een acuut verloop met de volgende kenmerken: ooguitvloeiing, hoge koorts, opeenhopingen met bloederig vocht in de lichaamsholten en een vergrootte lever. Het tweede type van dit virus veroorzaakt aandoeningen van de ademhaling.

 

Leptospirose (Ziekte van Weil)

 

De oorzaak van leptospirose wordt toegeschreven aan bepaalde bacteriën, de zogenaamde Leptospiren. Deze bacteriën komen voor in de urine van geïnfecteerde honden en in de urine van geïnfecteerde bruine ratten. De symptomen treden acuut op of meer geleidelijk en bestaan uit: algemeen ziek zijn, koorts, maagdarmstoornissen, nierontsteking en soms geelzucht door ontsteking van de lever.

 

Kennelhoest

 

Kennelhoest bestaat uit een ziektebeeld dat kan veroorzaakt worden door verschillende pathogenen: het "Parainfluenzavirus", het "Canine Adenovirus type 2" en de "Bordetella bacterie". Het ontstaan van de symptomen hangt dikwijls samen met een verandering in de leefomstandigheden van de hond (bv. een verblijf in een hondenpension). Het belangrijkste symptoom is een harde droge hoest als gevolg van de ontsteking van de luchtpijp, die zich eventueel kan uitbreiden naar de lagere luchtwegen (bv. bronchiën).

 

Herpesvirus

 

Het herpesvirus wordt overgedragen van de teef op de pups tijdens de dracht of vlak na de geboorte. De teef kan het virus dragen zonder er zelf ziek van te zijn. De ziekte veroorzaakt vruchtbaarheidsproblemen en eventueel abortus bij de teef. Bij de pups veroorzaakt het virus algemene ziektesymptomen zoals braken, lusteloosheid en diarree. Pupsterfte kan optreden.

 

Hondsdolheid (Rabiës)

 

Het rabiësvirus is besmettelijk voor alle warmbloedige dieren o.a. voor hond, kat én mens. De infectie gebeurt door een beet van een geïnfecteerd dier (virusdeeltjes komen voor in het speeksel van het besmette dier). Na verloop van tijd treden gedragsveranderingen op die zich kunnen uiten als agressief gedrag. De ziekte is doorgaans fataal.

1280px-Cat_March_2010-1.jpg

 

Infectieziekten bij de kat
 

Kattenziekte

 

Kattenziekte wordt veroorzaakt door een zeer besmettelijk parvovirus. Het virus is ongevoelig voor de meeste ontsmettingsmiddelen en tast vooral jonge katten aan (<1 jaar). De ziekte wordt gekenmerkt door hoge koorts en braken. Na een tijd kan ook diarree optreden en kan het dier uitdrogen.

 

Katten-niesziekte

 

Katten-niesziekte omvat een ziektecomplex dat door verschillende pathogenen kan verwekt worden: een herpesvirus, een calicivirus en een zogenaamde "Chlamydia". De ziekte kan voorkomen op alle leeftijden, maar de symptomen zijn het duidelijkst bij jonge katten. De ziekte wordt gekenmerkt door koorts, ontsteking van de slijmvliezen van de bovenste luchtwegen (neus, keel), de ogen en de mond, waardoor de katten niezen en speekselen.

 

Katten leucose (FeLV)

 

De oorzaak van katten leucose is een retrovirus dat de immuniteit van de geïnfecteerde dieren aantast. Het virus kan ook gezwellen doen ontstaan in bepaalde weefsels. De incubatieperiode (tijd tussen infectie en ontstaan van de symptomen) kan vrij lang zijn (maanden). Katten tot ongeveer vijf jaar zijn het gevoeligst. De symptomen zijn een terugkerende lichte koorts, bloedarmoede en een vergrootte lever en/of milt. De ziekte eindigt fataal na een verloop dat maanden kan duren.

 

Katten aids (FIV)

 

De verwekker van katten aids behoort eveneens tot de retrovirussen. Katten aids ziet men vooral bij katten ouder dan 6 jaar. Katten worden besmet met het virus via bijtwonden van geïnfecteerde dieren (virusdeeltjes in het speeksel). Ook hier resulteert de onderdrukking van de immuniteit tot verschillende symptomen: koorts, gewichtsafname, gedragsveranderingen en aanhoudende ontstekingen op diverse plaatsen in het lichaam (bv. de mond).

 

Infectieuze peritonitis (FIP)

 

FIP wordt veroorzaakt door een coronavirus. De eerste symptomen zijn van algemene aard: koorts, lusteloosheid en gewichtsverlies. De ziekte evolueert verder in de "natte" of "droge" vorm. De "natte" vorm uit zich door opeenhoping van ontstekingsvloeistof in buik- en/of borstholte. De "droge" vorm omvat ontstekingen van diverse organen (zoals nieren en centraal zenuwstelsel) die niet onmiddellijk zichtbaar zijn.

 

Hondsdolheid (Rabiës)

 

Het rabiësvirus is besmettelijk voor alle warmbloedige dieren o.a. voor hond, kat én mens. De infectie gebeurt door een beet van een geïnfecteerd dier (virusdeeltjes komen voor in het speeksel van het besmette dier). Na verloop van tijd treden gedragsveranderingen op die zich kunnen uiten als agressief gedrag. De ziekte is doorgaans fataal.